u bent hier: Dirigent
Dirigent

Wie is Felix van den Hombergh?

Geboren: 1966
Instrument: 1986 fagotstudie Koninklijk Conservatorium Den Haag
Koordirectie: 1989 koordirectie bij Barend Schuurman, voormalig dirigent van de Amsterdamse Cantorij
2002: de Amsterdamse Cantorij, daarnaast een aantal andere koren!
Favoriete muziek: muziek van 1900 - 1930, zoals Schönberg, Debussy, Webern en Reger.
Privé: getrouwd en vader van twee kinderen
Houdt van: squashen, koken, talen leren, lezen (Kadare), reizen, kamperen en wandeltochten met rugzak

In gesprek met dirigent Felix van den Hombergh
In de aanloop naar de 50e verjaardag van het koor komen er diverse rollen in jou bij elkaar: dirigent, muzikaal leider, belangrijke bepaler van het repertoire, componist... hoe kijk je daar tegenaan?
'De lijn van het programma in de gaten houden, het hele proces bijsturen: dat is voor mij een vanzelfsprekende combinatie. Ik ervaar dat niet als een probleem. Een nieuwe compositie maken en instuderen, dat ligt een beetje anders... hoewel ik dat ook al vaker heb gedaan. En daarbij: ik weet wat het koor aankan.'

Je hebt een compositie geschreven voor het jubileumconcert in juni. Hoe heb je dat ervaren?
'De opdracht kwam van de jubileumcommissie. Het begint met het kiezen van een tekst. Ik vond er twee waar ik mee aan de slag kon: een stuk uit de Bhagavad Gita; een tekst in het Sanskriet, maar ik beschik over een fonetische transcriptie.' Felix lacht even. 'Je weet dat ik het koor graag in veel verschillende talen laat zingen (jawel, het instuderen van muziek uit diverse Oost- Europese landen ligt uw verslaggeefster nog goed in het geheugen). De essentie van die tekst is: de ziel doodt niet en kan niet gedood worden. Er is geen verschil tussen dood en leven. Daar zag ik een link met ons jubileum: wij kijken niet alleen terug, maar ook vooruit.
De tweede tekst komt uit The Prophet van Kahlil Gibran. De profeet, een kluizenaar, spoelt aan en komt in een dorpje terecht. Lang nadat hij is aangekomen en na jaren kluizenaarschap vertrekt hij weer. Dan worden hem vragen gesteld, over de liefde, over de dood.  De laatste zin luidt: "When the earth shall claim your limbs, then you shall truly dance."  Dat is ook de titel van het stuk.
En dan zit je met een verzameling toonmateriaal: motieven, losse ideeën voor het begin en het eind...   ik schrijf al muziek sinds mijn middelbare schooltijd. Het is vaak redelijk dissonant: tooncentra met een tijdelijke grondtoon. Daar loop ik dan mee rond, dat moet je heel letterlijk opvatten: ik ben er ook mee bezig als ik op de fiets zit. Dat proces duurt een tijd. Op een gegeven moment ga ik achter de computer zitten. Ik heb voor dit stuk 24 balken onder elkaar staan: de koorpartijen en die van de blazers. Ik kan de grote lijnen dan horen. Klopt het wat er staat en wat er klinkt? Hm, dat is toch niet zo fraai, denk ik dan hier en daar. Het is heel hard werken om de tekst in de muzikale vorm te krijgen. Soms kun je ervaren dat het stuk als het ware zichzelf schrijft... Maar voor componeren moet je eigenlijk veel tijd hebben. En daarmee bedoel ik veel tijd achter elkaar. Maar door omstandigheden had ik die niet. Het is moeilijk om je te concentreren als je weet dat je over een paar uur weer de deur uit moet. Dat heeft het hele compositieproces wel sterk beïnvloed.'


Het repertoire voor de jubileumconcerten is wel heel uiteenlopend....
'Dat kun je wel zeggen. Representatief voor dit koor is het zeker niet. Oorspronkelijk zong de Cantorij veel muziek uit de Renaissance; dat is dit jaar helemaal niet het geval. De Hohe Messe van Bach, die we in december gaan uitvoeren, past wel heel goed in de traditie van het koor. Het is de eerste keer dat ik het stuk dirigeer en ik kijk er naar uit. Bach is een musicus voor wie ik ontzag heb; de Hohe Messe, de officiële naam is trouwens Messe in h-moll, vind ik een magistraal werk. Uniek aan het stuk is ook dat het als concertmis is geschreven. Dat kom je in die tijd niet vaak tegen.
Copland (In the Beginning) a cappella zingen: dat heb ik altijd al willen doen. Al moet ik toegeven, dat het een hele kluif is.
De componist Hindemith heeft me altijd al gefascineerd. Aan dit stuk, Apparebit Repentina Dies- het gaat over het Laatste Oordeel, heb ik 25 jaar geleden als zanger meegedaan tijdens een dirigentencursus. Alleen al de combinatie koor en koperblazers vind ik prachtig.
Als laatste maar zeker niet minste werk op het programma de mis van Stravinski, met enkele kleine solorollen voor koorzangers.'


Hoe komt de programmakeuze tot stand?
' Met de programmacommissie zoeken we naar thema's en dan kijken we welke componisten daar bij passen. Daar heb ik uiteraard wel een grote stem in: de keuze voor een bepaald stuk komt meestal van mijn kant.
Onlangs hebben we de koorleden naar hun wensen over het programma gevraagd. Daar zijn veel reacties op gekomen. Daar kunnen we dan weer verder mee aan het werk'


Wat vind je van de Amsterdamse Cantorij?
'Na zes jaar is het écht mijn koor. De communicatie verloopt soepeler en dat werkt plezieriger. De leden hebben over het algemeen veel ervaring met het zingen in een koor. Ik ben tevreden over de koorklank; die is echt veel beter geworden. Er wordt naar elkaar geluisterd; de stemmen mengen goed. In de afgelopen jaren werden er tijdens concerten meer dan eens verrassende prestaties geleverd, terwijl de repetitieperiode die daaraan vooraf ging die uitkomst niet leek te voorspellen...Maar dat wordt de laatste tijd anders. Er wordt minder gepraat tijdens repetities, er is minder verzuim, er wordt beter gestudeerd.
Het is wel zo dat de gemiddelde leeftijd stijgt. Je wilt natuurlijk stabiliteit in je koor en dan is dit een logisch gevolg. Last van 'oude' stemmen heb ik nog niet. Hoe dat over een paar jaar is? Daar moeten we ons nog eens mee bezig gaan houden...jongere leden aantrekken, denk ik. Gelukkig zijn er al een paar bijgekomen.'


Hoe het is om met amateurs te werken?
Ik doe niet anders! Ik heb ook wel met professionele zangers gewerkt. Je studeert dan snel en efficiënt en de muziek zit erin. Maar je gaat minder diep dan met amateurs. Die vragen meer tijd, maar dat proces loopt heel anders: als het goed gaat, als je een lastige passage samen onder de knie hebt gekregen, dan zing je die nog een keer: dat wil je dan 'vieren'. In die zin is de beleving met amateurs sterker.'


Plannen voor de toekomst?
'De cohesie die er nu is moet blijven. Daar ligt mijn prioriteit en niet zozeer bij bepaalde stukken die ik zou willen doen. De laatste jaren zijn we echt met elkaar op weg en we willen ook verder, ook na de Hohe Messe.'


Mei 2009                                                                                                  

Judith van der Bend

 

 


 

 

 

© 2008-2009 amsterdamse cantorij | contact